
Als het lijf zich iets herinnert
Vanmorgen reed ik met mijn zoon toevallig langs zijn oude school.
En ineens moest ik denken aan het artikel wat ik en tijdj geleden las van een meisje dat ooit vertelde dat ze jarenlang niet in de buurt van haar oude school kon komen. Toen de school uiteindelijk werd afgebroken, kon ze er voor het eerst weer lopen.
“Nu het gebouw er niet meer staat,” zei ze, “voelt het lichter. Alsof de spanning ook een beetje verdwenen is.”
Dat bleef bij me hangen.
Daar in de auto vroeg ik mijn zoon — hij stopte ook vroegtijdig met school — of hij het moeilijk vond om langs zijn oude school te rijden.
Hij dacht even na en zei:
“Laatst fietste ik weer een stuk van de oude route naar school. En toen kwam ik langs een andere school. Dat voelde raar. Want daar fietste ik vroeger elke dag, alleen omdat ik naar school ging. En nu kom ik daar nooit meer. Het voelde vreemd in mijn lijf.”
Ik vroeg hem:
“Zou je het durven, om weer eens langs je eigen school te fietsen?”
Hij zei:
“Ja, dat zou ik wel durven. Maar het zou wel apart zijn. Dan moet ik wel steeds denken aan die keren dat ik hier fieste. En ik zou het voelen in mijn lichaam.”
En daar zat ik dan, in de auto.
Ik moest nadenken over wat hij zei. Wat gebeurd er bij mij in de groep? Hoe kan ik het gesprek aangaan met mijn kinderen over dit gevoel. Deze triggers!
Triggers
Soms noemen we dat trikkers.
Een trikker is iets wat je lijf herkent, nog voordat je hoofd het snapt.
Een geur, een geluid, een lokaal, een blik, een toon.
Je lichaam zegt dan: “Let op, dit lijkt op iets van vroeger.”
Het is een herinnering die niet in woorden zit, maar in het lijf.
En dat lijf reageert: met buikpijn, hoofdpijn, spanning, onrust, of juist afsluiten.
In de klas zien we dan ‘gedrag’.
Maar onder dat gedrag zit vaak een herinnering die nog niet gekalmeerd is.
Wat kan ik leren van de experts
Wat doe jij in de klas? Heb jij ideeen. Ben wel benieuwd hoe Anton Horeweg en Bart Helling dit doen of hebben gedaan. Ik lees en luister wat ze zeggen.
Anton noemt de leerkracht een coregulator — iemand die met zijn eigen rust het zenuwstelsel van het kind helpt kalmeren.
Bart zegt: “Kinderen zijn niet moeilijk, ze hébben het moeilijk.”
En beiden benadrukken: veiligheid is de basis.
En wat ik zie in mijn klas
Dan kijk ik naar mijn eigen klas.
Hoeveel kinderen lopen hier rond met van die trikkers in hun lijf?
Hoeveel spanning dragen ze mee bij het horen van een bepaald vak, een stem, of een plek in het lokaal?
Hoeveel kinderen voelen onrust bij rekenen, niet omdat ze het niet kunnen — maar omdat er iets herinnert?
Ik gebruik in mijn klas het boek Als de alarmbel gaat van Anne van der Ouweland.
Daarin leer je kinderen begrijpen wat er gebeurt als die alarmbel afgaat:
vechten, vluchten of bevriezen. En wat zijn dan triggers en wanneer gaat het belletje af? Is het altijd handig dat het afgaat of…..
We praten erover, we doen ademhalingsoefeningen, we werken met Rots & Water,
we voelen waar onze grenzen liggen, en we oefenen om stevig te staan.
Soms roep ik bewust in de rots en water trainingen een beetje stress op in een oefening —
om daarna te laten ervaren dat je lichaam ook weer kan kalmeren.
Want dát is veerkracht: spanning voelen, maar weten hoe je weer tot rust komt.
En dan mijn vraag…
Toch blijf ik zoeken.
Is dit wat ik doe genoeg?
Is het mijn houding — mijn rust, mijn regelmaat, mijn echtheid — die het verschil maakt?
Of moet ik méér doen?
Soms denk ik: het mag gewoon zijn.
Dat zware gevoel hoeft niet meteen weg.
Want dat gevoel vertelt iets. Het hoort bij iemands verhaal.
Wat wél helpt, is dat het kind voelt dat het niet alleen is met dat gevoel.
Dat ik erbij blijf, rustig adem, niet schrik.
Dat is misschien wel de kern van sensitief werken:
niet het gevoel oplossen, maar veilig blijven terwijl het gevoel er is.
De klas als stamgroep
Ik zie mijn klas als een stamgroep.
We zorgen samen voor het leren, voor de sfeer, voor elkaar.
Kinderen leren dat ze onderdeel zijn van een groep, dat ze invloed hebben op elkaar.
En dat ze mogen zeggen: “Vandaag voelt het zwaar.”
Dat mag.
Soms is dat het mooiste wat je kunt doen:
een kind leren dat een zwaar gevoel niet gevaarlijk is,
dat het gezien mag worden,
en dat er iemand naast je zit die blijft ademen —
ook als het even moeilijk is.
Misschien is dát veerkracht.
Niet dat alles goed voelt,
maar dat je leert:
Ik mag voelen. En ik ben niet alleen.
Aangemaakt met ©systeme.io• Privacybeleid • Algemene voorwaarden